Geluid


Geluid is het geheel van door het oor waarneembare trillingen. Geluid bestaat uit drukschommelingen in de lucht. Deze trillingen planten zich voort in een golfbeweging en zorgen zo voor de verspreiding van het geluid. Geluid verspreidt zich niet alleen via de lucht, maar kan in zich zowat elk materiaal voortzetten: steen, beton, hout, water, glas enz. Het wordt gekenmerkt door het spectrum van frequenties, zijn intensiteit en de duur van het uitzenden. De voortplantingssnelheid hangt af van de omgeving. In lucht met een temperatuur van 20°C bedraagt deze snelheid 340 m/s.

De sterkte van het geluid, het geluidsdrukniveau, wordt uitgedrukt in decibel (dB). De grootte van de drukschommelingen bepaalt de sterkte van het geluid. De snelheid waarmee de schommelingen elkaar afwisselen, bepaalt de toonhoogte (geluidsfrequentie). De frequentie wordt uitgedrukt in herz (Hz).

De term 'lawaai' associëren we met elke onaangename, storende of ongewenste gehoorservaring.

Gedrag van geluid in een gebouw.

Wanneer luchtgeluid een verticale of horizontale wand bereikt, kunnen zich drie fenomenen voordoen: weerkaatsing op de wand, absorptie door de wand, transmissie doorheen de wand.

De volgende geluidstransmissies zijn mogelijk: directe transmissie doorheen de wanden (gevel, vloer, binnenmuur enz.), indirecte transmissie door de zijwanden, die afhangen van de verbindingen tussen zijwanden en de scheidingswand,  parasiettransmissies door gebreken aan de wand (spleten, gebrek aan dichtheid enz.).