Duurzaamheid


Duurzaamheid - Algemeen begrip

De termen duurzaamheid en duurzaam gebruik komen van oorsprong uit de bosbouw en de visserijbiologie. Het ging erom de natuur zodanig te beheren dat de natuurlijke structuren en processen niet principieel werden aangetast. Concreet: aan visgronden en bossen mocht niet méér vis of hout worden onttrokken dan er door natuurlijke aanwas vanzelf weer bij zou komen. Het respecteren van deze ‘gebruiksruimte' betekent dat ook toekomstige generaties er gebruik van kunnen blijven maken.

In 1987 presenteert de VN Commissie Brundtland het rapport ‘Our Common Future'. En definieert duurzame ontwikkeling als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun eigen behoeften te voorzien. Duurzaamheid gaat over de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht, zowel nu als in de toekomst. De omvang van de aarde is eindig, grondstoffen kunnen op raken, en de opnamecapaciteit van de atmosfeer en onze natuurlijke omgeving kent haar grenzen. Het rapport stelt dat armoede een belemmering vormt voor duurzaam gebruik van de natuurlijke omgeving en dat integratie van natuurbehoud en economische ontwikkeling nodig is voor duurzame ontwikkeling. Bij duurzame ontwikkeling is dus sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen met inachtneming van de fysieke grenzen van het ‘systeem aarde'. [bron: Stichting Milieukeur]

Duurzaamheidsklassen in houtverband

Het begrip duurzaamheid heeft in houtverband een specifieke technologische betekenis. De duurzaamheidsklasse van een houtsoort (ook: gebruiksklasse) werd in een Europese norm vastgelegd als aanduiding voor de resistentie van het kernhout van houtsoorten tegen ongunstige omstandigheden. Het onbehandeld hout van verschillende houtsoorten wordt, onder vastgelegde testomstandigheden, in contact gebracht met de grond en dan wordt er geregistreerd hoe lang het duurt voor het hout aangetast wordt (door schimmels of houtrot). Er zijn vijf duurzaamheidsklassen: duurzaamheidsklasse I betekent dat het kernhout nog goed is na meer dan 25 jaar in contact met de grond. Voor klasse II tot en met V geldt respectievelijk: 15-25 jaar, 10-15 jaar, 5-10 jaar en minder dan 5 jaar. Het spinthout is nooit duurzaam en behoort tot duurzaamheidsklasse V.

Opsomming van enkele van de meest courante houtsoorten en hun natuurlijke klasse:

kl.I - zeer duurzaam: afzelia, azobé (in watercontact), padoek, teak; kl.I-II - duurzaam tot zeer duurzaam: afrormosia, iroko, merbau, robinia; kl.II - duurzaam: azobé, bangkirai, Europees eiken, kastanje, mahonie, wengé,  taxus, western red cedar; kl.II-III - gemiddeld duurzaam tot duurzaam: Amerikaans wit eiken, purperhart, sipo; kl.II-IV - beperkt duurzaam tot duurzaam: donkerrode meranti (dark red meranti); kl. IIIgemiddeld duurzaam: movingui, noten, sapeli, pitch pine; kl.III-IVbeperkt duurzaam tot gemiddeld duurzaam: lichtrode meranti (light red meranti), grenen; kl.IV beperkt duurzaam: Amerikaans rood eiken, iepen, limba (syn. fraké), okoumé, Amerikaans grenen, Carolina pine, dennen, vuren; kl.V - niet duurzaam: berken, Europees beuken, essen, elzen, esdoorn, haagbeuken, linden, populieren. 

De natuurlijke weerstand tegen aantasting door insecten wordt niet geklasseerd. Hier geldt 'alles of niets': ofwel is het hout vatbaar voor aantasting, ofwel niet. Een preventieve verduurzamingsbehandeling kan dan aantasting door insecten voorkomen. Voorbeelden: naaldhout voor dakgebinten wordt beschermd volgens procedé A2.1 (huisboktor), een verduurzaming A1 voorkomt aantasting door Lyctus (spinthoutkever). Een derde veel voorkomend houtinsect is de klopkever of Anobium, ook bekend als ‘memel’.

De natuurlijke duurzaamheid van hout wordt in de praktijk dikwijls verhoogd door een dergelijke aangepaste behandeling, de zogenaamde verduurzaming. De preventieve bescherming tegen houtaantasting steunt op de Europees genormeerde indeling in vijf risicoklassen, te onderscheiden (!) van de duurzaamheidsklassen. Bij elke risico(of gebruiks)klasse hoort een bepaald procedé, gaande van hout voor droge binnentoepassing (kl.1) tot hout in contact met zout water (kl.5). 

Voor buitentoepassingen biedt Eurabo bijvoorbeeld Platowood producten aan waarvan de duurzaamheid met 2 klassen werd verhoogd dankzij een eigen procedé (platonisering). En de Thermo Ayous gevelbekleding werd verhoogd met 3 klassen. Eurabo bezit overigens een eigen gehomologeerd drenkstation A2 voor gebruiksklasse 2, bescherming tegen zwammen en larven.