Kooldioxide


Koolzuurgas, ook kooldioxide of koolstofdioxide, met als brutoformule CO2, ontstaat uit de verbinding van zuurstof met 'brandstoffen'. Het gas is kleurloos, reukloos en niet-brandbaar. Het komt van nature in de aardatmosfeer voor; in hogere concentraties is het evenwel giftig. Zo kwamen in de omgeving van het Nyosmeer, een kratermeer in Kameroen, op 26 augustus 1986 meer dan 1700 mensen om het leven, toen uit het meer een grote hoeveelheid koolstofdioxide vrij kwam (zoetwateruitbarsting).

Industriële winning van kooldioxide: deels uit natuurlijke bronnen (spontaan of door boringen in voornamelijk vulkanische gebieden), deels uit industriële rookgassen (vnl. verbranding van houtskool en fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas).

In combinatie met water vormt kooldioxide koolzuur. Door zijn bijzondere eigenschappen, zoals bijvoorbeeld zijn reactietraagheid en zijn sterke oplosbaarheid in water, wordt CO2 in talrijke domeinen van ons dagelijks leven en in de milieutechniek gebruikt. Voorbeelden: frisdranken, drinkwaterbehandeling, neutralisatie van afvalwater, als koelmiddel (tot -79°C) in diepgevroren vloeibare en vaste vorm (droog ijs).

Samen met waterdamp, methaan, distikstofoxide (lachgas), chloorfluorkoolstofverbindingen (CFC's), zwavelhexafluoride en ozon behoort het tot de bekendste broeikasgassen. Doordat koolstofdioxide infrarode straling absorbeert, vermindert het immers de uitstraling naar de ruimte van zonnewarmte die de Aarde bereikt. Om de schadelijke uitstoot van het broeikasgas te reguleren is de internationale CO2-emissiehandel opgezet. 

De menselijke/industriële CO2-uitstoot is volgens de huidige wetenschappelijke inzichten bijna 6% (3,2 gigaton) van de totale aardse CO2-uitwisseling. Daarvan wordt echter slechts twee procent gecompenseerd door permanente opname in de diepere waterlagen van de oceaan, de overige vier procent hebben sinds het begin van de industriële revolutie geleid tot een stijging van de CO2-concentratie van circa 280 ppm tot 390 ppm (2011).