Houtbouw


Bij houtbouw zijn alle dragende elementen van een bouwconstructie in hout. Twee technieken hebben daarbij de bovenhand: houtskeletbouw en houtmassiefbouw.

Een houten bouwconstructie is veel lichter dan een traditionele woning. Zo is het vereiste draagvermogen gemiddeld 1 kg/cm² in plaats van 2,5 kg/cm². Houtbouw vereist dan ook minder zware funderingen. Dat maakt de techniek ook geschikt voor gronden met weinig draagkracht. Ook voor de bouw van extra verdiepingen op een bestaande woning (optoppen) biedt houtbouw vele mogelijkheden.

Houtbouwelementen worden meestal vooraf geassembleerd. Het volstaat dan om op de bouwwerf te monteren en te verankeren op de vloerplaat. Een ruwbouw is zo heel snel water- en winddicht, en klaar voor afwerking. De bouwwerken ondervinden weinig of geen nadeel van de weersomstandigheden.

Houtbouw is kostenbesparend want snel. Ook de lichtere funderingen leveren een besparing op. Veder is houtbouw een ‘droge techniek’. terwijl bij de bouw en afwerking van een traditionele woning gemiddeld zesduizend liter water wordt verbruikt. Ook ‘droogstoken’ is bij houtbouw niet nodig.

De thermische isolatie van hout ligt veel hoger dan die van de klassieke bouwmaterialen, wat in hoge mate  tegemoetkomt aan bouwplannen van passief- of lage-energiewoningen. Hout voelt ook warmer aan: in vergelijking met een traditionele woning voelt de binnentemperatuur gemiddeld twee graden warmer aan. Ook de akoestische isolatie van hout ligt hoog.

Hout vormt een natuurlijke buffer voor het binnenklimaat: afkoelen en opwarmen gaan trager en gelijkmatiger dan bij andere materialen. Zo blijft de luchtvochtigheid heel wat stabieler, waardoor schimmels, huisstofmijt, virussen en bacteriën minder actief zijn. Bovendien verkleint het ook de kans op allergieën en infecties van de luchtwegen.

Tot slot, dat houtbouw de tand des tijds goed kan weerstaan, bewijzen enkele huizen te Schwytz (Zwitserland): ze werden opgetrokken in 1176 (foto), 1308 en 1310...

Foto's