Gebruiksklasse
Hout in relatie tot de blootstelling aan vocht: gebruiks- en klimaatklassen.
De inschatting van de levensduur van hout en producten op houtbasis wordt in het algemeen beoordeeld op basis van de klimaatomstandigheden waarin en de wijze waarop deze producten worden blootgesteld.
Twee termen die betrekking hebben op deze klimaatomstandigheden in de praktijk zijn de klimaatklasse en de gebruiksklasse.
Klimaatklasse en gebruiksklasse vertonen een zekere overeenkomst maar worden in de praktijk toegepast om andere aspecten van het vochtgedrag van hout te beschrijven. Het is dan ook noodzakelijk om afhankelijk van het beoogde doel de ene of de andere klassering voor te schrijven, en in sommige gevallen beide.
Gebruiksklassen (Eng: Use Class (UC), in het verleden ook Hazard Class genoemd) zoals gedefinieerd in EN335 worden gebruikt om het risico op biologische aantasting in te schatten (schimmels, insecten). Deze klassen worden als volgt gedefinieerd:
- UC1: binnen, droog, geen aantasting verwacht
- UC2: beschermd en niet blootgesteld aan het weer, occasioneel nat worden kan (bijvoorbeeld: buiten onder dak), nat worden door condensatie is bijvoorbeeld mogelijk.
- UC3: boven de grond, blootgesteld aan het weer
- 1.: product kan drogen
- 2.: accumulatie van water is mogelijk, langdurig nat blijven is mogelijk
- UC4: direct contact met grond- of zoetwater
- UC5: regelmatig of permanent contact met zoutwater.
Klimaatklassen (Eng: Service Classes) zoals gedefinieerd in EN 1995-1-1 / Eurocode 5 worden in hoofdzaak gebruikt om mechanische eigenschappen in te schatten: sterkte en (kruip)vervorming. Maar bijvoorbeeld ook om het risico tot corrosie van verbindingsmiddelen te bepalen. Zie lexicon