Terug naar home


Vloervernis

De term vernis kent geen algemeen aanvaarde of wettelijke omschrijving, hij dekt geen welomschreven productengamma. In een oudere definitie gaat het om een vloeibare, opgeloste substantie om oppervlaken te bestrijken. Meer recent en met betrekking tot hout duidt het op een transparante en beschermende toplaag tegen ondermeer vocht, vuil en krassen. Blanke vernis laat hierbij het onderliggende materiaal in zijn natuurlijke vorm zichtbaar.

Het gebrek aan een omschrijving zorgt voor naamsverwarring, ook in de houtsector. Zo spreekt het K.B. van 26 september 2016 “betreffende vernis en deklagen” over “lakken in afgewerkte staat”, omschreven als “Vernis en deklagen, verder vernis genoemd”. In de brochure ‘Onderhoud van houten vloeren’ van Monumentenwacht Vlaanderen lezen we “Olievernissen zijn al sinds de 16de eeuw in gebruik. […] Vanaf de 19de eeuw werden parketten soms gevernist of ’gelakt’ (bv. schellak, colofonium) om de kleur en de glans te verhogen, de vloer te beschermen tegen slijtage en het onderhoud te vergemakkelijken. Bovenop de laklaag werd soms een transparante waslaag aangebracht.”

Specifiek voor houten vloeren is in de praktijk volgende onderverdeling goed bruikbaar.

  1. Vloerwas

Boenwas is vanaf de 19de eeuw voor Vlaanderen de courantste afwerking, ze kon tot hoogglans worden gepolijst. Een met boenwas behandelde parket of houten vloer bestaat vaak uit een impregneerlaag en vervolgens een waslaag. Deze laag is zeer gevoelig voor vocht en vlekken en is de minst onderhoudsvriendelijke afwerking. De toegevoegde terpentijn maakt ze ook minder geschikt voor gebruik binnenshuis. Om die redenen wordt boenwas tegenwoordig niet meer gebruikt als afwerking.

  1. Vloerolie

Olie dringt diep in het hout en zal zo de poriën van het hout verzadigen. Zolang de poriën goed verzadigd blijven, is de vloer zeer goed bestand tegen vuil en vlekken. Een behandeling met olie laat de tekening van het hout helemaal tot leven komen en geeft het hout een warme en natuurlijke uitstraling. De hedendaagse vloeroliën hebben de belangrijke nadelen van de vroeger gebruikelijke lijnolie weten te remediëren.

  1. Hardwaxolie

Dit is een combinatie van olie en hardwas. De olie dringt diep in de poriën van het hout terwijl de hardwax een harde beschermlaag óp het hout vormt. Hierdoor is vloer goed bestand tegen vlekken en beschadigingen. 

  1. Vloerlak (dikwijls benoemd als vernis)

De parketlak wordt meestal aangebracht in lagen, hij vormt een harde laag die het hout volledig afsluit. De lak ligt dus bovenop het hout, terwijl hardwaxolie of olie juist in het hout trekken. Het voordeel is dat er ongeveer niets in kan trekken, en met een hoge slijtvastheid. Een nadeel is dat plaatselijke herstellingen of retouches nagenoeg onmogelijk worden.

De beitsen en de verven vallen hier buiten het bestek van parketbehandeling. Ze zijn meestal een keuze van oppervlaktekleuring.