Ovengedroogd
Kaphout (= vers gekapt) bevat tussen 35% en 120% vocht (populier zelfs 200%). Door natuurlijke droging in de buitenlucht (en opgelat) gedurende een half tot twee jaar zakt dit vochtgehalte naar een verzadigingspunt van ongeveer 30% naargelang de houtsoort en de opslagomgeving. Bij gebruik in de woningbouw is het gemiddelde evenwichtsvochtgehalte van hout in de binnenruimte echter maar 10%. Bij een hoger vochtgehalte van het hout zal er ondermeer vervorming optreden. Daarom is een voorafgaande droogmethode noodzakelijk. In droogovens wordt massief hout zo dicht mogelijk naar die 10% gedroogd om een stabiel eindproduct te bekomen.
Onderscheid AD/KD.
- AD betekent Air Dried, luchtgedroogd: het gestapelde hout droogt vanaf de luchtkant, dus van buiten naar binnen. De kern heeft daardoor altijd een hoger vochtpercentage dan de buitenkant, oplopend tot een verschil van gemakkelijk 10%.
- KD betekent Kiln Dried, ovengedroogd: het hout wordt gelijkmatig gedroogd in een droogkamer/oven waarbij vooraf het benodigde vochtpercentage wordt ingesteld. Dit proces gaat sneller, het is ook veel gelijkmatiger: het houtvochtpercentage aan de buitenzijde is namelijk gelijk aan dat van de kern (binnenkant).
Iets meer technische informatie.
Hout is een hygroscopisch materiaal dat vochtgehalte wint als gevolg van veranderingen in de luchtvochtigheid. Hygroscopiciteit is een van de meest kenmerkende eigenschappen van hout. Elk soort houtproduct absorbeert en desorbeert vocht uit de omringende lucht totdat het een evenwichtsvochtgehalte (EMC) bereikt, een evenwichtspunt tussen het vochtgehalte van het hout en dat van de omgeving.
Omdat de afmetingen van houtproducten veranderen met schommelingen in relatieve vochtigheid, wordt ovendrogen een van de belangrijkste processen voor het efficiënte gebruik van houtproducten. Correcte bewerking, lijmen en afwerken van hout zijn niet mogelijk totdat het vochtgehalte is teruggebracht tot een geschikte hoeveelheid.
Andere voordelen van drogen zijn gewichtsvermindering, verhoogde sterkte-eigenschappen en meer weerstand tegen biologische achteruitgang door schimmels en insecten. Daarom moet hout worden gedroogd voordat het wordt gebruikt voor verdere productie.
Bij het droogproces wordt het hout gedroogd in een kamer waarin de luchtcirculatie, de relatieve vochtigheid en de temperatuur worden geregeld. Zo kan het vochtgehalte van het hout worden teruggebracht tot een streefwaarde, zonder dat er droogproblemen optreden.
Tegenwoordig behoren ontvochtigingsovens tot de meest gebruikte ovens in de houtproductenindustrie. Een voordeel van het gebruik van ontvochtigingsovens is de continue recycling van warmte in de oven in plaats van de afvoer van warmte uit de oven zoals in het geval van conventionele ovens. Het grootste deel van het water condenseert op de spoelen van de ontvochtiger en wordt als vloeistof verwijderd in plaats van naar de buitenkant van de oven te worden geventileerd.
De luchtontvochtigingsoven bereikt een temperatuur van 35 à 38°C en de hete lucht circuleert over het hout. De hete, vochtige lucht wordt vervolgens gekoeld door over koude koelspiralen te gaan. Het verdampte vocht condenseert tot vloeibare vorm en wordt afgevoerd als koud water.