Terug naar home


Brandklasse

De Europese norm EN 13501-1 definieert de brandklassen voor de reactie van bouwmaterialen op vuur, ingedeeld van A1 (onbrandbaar) tot F (zeer brandbaar). Naast deze hoofdklasse wordt er ook gekeken naar de rookontwikkeling (s1, s2, s3) en druppelvorming (d0, d1, d2). 

Brandklassen (reactie op vuur)

  • A1 : Onbrandbaar
  • A2 : Nauwelijks bijdrage aan brand (praktisch onbrandbaar).
  • B : Zeer beperkte bijdrage aan brand (zeer moeilijk brandbaar).
  • C : Beperkte bijdrage aan brand (brandbaar).
  • D : Hoge bijdrage aan brand (goed brandbaar).
  • E : Zeer brandbaar.
  • F : Uiterst brandbaar of niet getest. 


Bijkomende classificaties

  • Rookontwikkeling (s-klasse):
    • s1 : Geringe rookontwikkeling.
    • s2 : Gemiddelde rookontwikkeling.
    • s3 : Dichte rookontwikkeling.
  • Druppelvorming (d-klasse) (niet voor vloebekledingen):
    • d0 : Geen druppels of deeltjes.
    • d1 : Druppels langer dan 10 seconden (of langzamer).
    • d2 : Druppels langer dan 10 seconden (of langzamer). 


Hoe het werkt

  • Een materiaal krijgt bij voorbeeld een classificatie B-s1-d0, waarbij 'B' de hoofdklasse is, 's1' de rookklasse en 'd0' de druppelklasse is.
  • De classificatie is gebaseerd op het gedrag van het materiaal zelf, niet de brandwerendheid van een constructie (waarvoor EN 13501-2 wordt gebruikt).


Vloerbedekkingen 

  • Voor vloerbedekkingen wordt achter de klasse de afkorting 'fl' geplaatst (bijvoorbeeld A1fl, Cfl, Efl).
  • Er zijn geen aparte d-klassen zoals bij andere bouwproducten, omdat de 'fl'-classificatie dit al meeneemt. 
  • Voorbeeld Berg & Berg parket: volvlakse verlijming = Cfl-s1, zwevende plaatsing = Dfl-s1.


Onderscheid EN 13501-1 Brandreactie en EN 13501-2 Brandwerendheid
De brandwerendheid wordt anders beoordeeld en gaat over de tijd dat een constructie (bijv. een wand of plafond) haar brandstabiliteit (R), vlamdichtheid (E) en warmte-isolatie (I) behoudt tijdens een brand.